Waarom we ons kind (nog) geen “jongen” of “meisje” noemen

Over een paar weken komt, als alles goed gaat, ons kindje ter wereld. We hebben ervoor gekozen om het geslacht van ons kind open te laten, en te wachten totdat het kind zelf kan vertellen of hen een jongen, meisje of iets anders is. Wij volgen ons kind hierin. Dit noemen wij “genderautonoom opvoeden”. Op deze pagina leggen we graag uit wat we daarmee bedoelen en waarom we hiervoor kiezen.

Reden 1: Geslacht zit tussen je oren, niet tussen je benen

De meesten van ons hebben geleerd dat een kindje met een piemeltje een jongen is, en een kindje met een vulva een meisje. Toch klopt dat in veel gevallen niet, en dat weten wij natuurlijk als geen ander. Een kind kan een piemeltje hebben en zich een meisje voelen, of een vulva hebben en zich een jongetje voelen. Een kind kan zich ook iets anders voelen dan jongen of meisje: iets dat het overstijgt, iets ertussenin, geen van beide, enz (dit heet non-binair).

We zeggen nu “voelen” (zich een jongen “voelen”, zich een meisje “voelen”, zich iets anders “voelen”), maar het is natuurlijk meer dan alleen maar een gevoel. Dat gevoel vertelt ons wat het geslacht van het kind ís. Want of je nou een piemel of een vulva hebt, als je je vrouw voelt bén je vrouw, als je je man voelt, bén je man, als je je iets anders voelt, bén je non-binair. Een ander woord voor het gevoel vrouw, man of non-binair te zijn is genderidentiteit.

Als je altijd hebt geleerd dat wat tussen je benen zit bepaalt wat je geslacht is, moet je waarschijnlijk aan dat idee wennen. Misschien helpt het om je te realiseren dat de conclusie “piemel=jongen” en “vulva=meisje” niet in steen gebeiteld staat, maar iets is wat wij ooit als mensen hebben bedacht. Kinderen komen ter wereld met verschillende geslachtsdelen, maar op die geslachtsdelen staat niet “jongen” of “meisje” geschreven. Dat is alleen maar de betekenis die wij er in onze cultuur aan zijn gaan geven. In de praktijk echter blijkt dat genderidentiteit niet één op één samengaat met het geslachtsdeel.

Reden 2: Vrijheid om te zijn wie je bent

Er is ook nog een andere reden dat we deze keuze hebben gemaakt. Die reden is, dat onze cultuur kinderen wel heel erg voorschrijft hoe ze moeten zijn, enkel en alleen op grond van hun geslacht(sdeel). Al vanaf de twintig-weken-echo creëren we vaak allerlei verwachtingen van ons kind, enkel en alleen vanwege het lichaamsdeel tussen hun benen. Dat is ook wel te begrijpen. Als je zwanger bent, heb je nog geen idee wat voor iemand de baby in je buik zal zijn. Het is dan fijn om een beetje houvast te hebben en je een voorstelling ervan te kunnen maken. We horen mensen dan vaak dingen zeggen als: “Oh wat leuk, een jongetje! Dan kan ik er lekker mee gaan voetballen” of “Hoera, het is een meisje, lekker samen shoppen en tutten”. Maar het probleem is: dat zijn allemaal aannames. Een geslachtsdeel zegt niets over de toekomstige hobby’s of het karakter van je kind.

Als het kind eenmaal geboren is, gaan de meeste mensen door met álles wat de baby doet interpreteren aan de hand van hun geslachtsdeel (of van wat ze dénken dat hun geslachtsdeel is). Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat mensen tegen een in het roze geklede baby dingen zeggen als “Ach, wat ben jij toch schattig en lief”, maar als dezelfde baby blauwe kleertjes aan heeft, dingen als “Wat een stoer jochie ben jij toch”. Roze baby’s worden sneller getroost, terwijl blauwe baby’s gemiddeld langer door moeten huilen voordat ze worden opgepakt. En dat terwijl het allemaal over dezelfde baby gaat, die er op de kleren na precies hetzelfde uitziet en zich precies hetzelfde gedraagt!

Deze ideeën over een baby, op grond van dat ene lichaamsdeel, hebben al van jongs af aan gevolgen voor hun opvoeding. Piemelkindjes krijgen ander speelgoed dan vulvakindjes, andere kleertjes, er wordt op een andere toon tegen ze gesproken, ze leren andere dingen. Meer voorbeelden hiervan vind je in dit artikel van Asha ten Broeke.

Wij vinden het juist belangrijk om te kijken naar wat ons kind nodig heeft, en om niet allerlei voorbarige conclusies daarover te trekken op grond van hun geslachtsdeel. We willen ons kind meer vrijheid geven om zich op hun eigen manier te ontwikkelen. En we denken dat het openhouden van het geslacht daar enorm bij gaat helpen.

Wat verwachten we van jullie?

Wij zijn natuurlijk de primaire opvoeders van ons kind, maar ook jullie gaan met ons kind te maken krijgen. It takes a village to raise a child.

We stellen het daarom op prijs als je op de volgende dingen wilt letten:

  • Noem ons kind niet “jongen” of “meisje”, maar “baby” of “kindje”.
  • Probeer om het gedrag van ons kind niet te interpreteren op grond van hun geslachtsdeel.
  • Vraag ons niet naar het geslachtsdeel van ons kind. Laat het aan ons om het ter sprake te brengen als het ertoe doet (bijvoorbeeld als we het over luiers verschonen hebben).
  • We vinden het fantastisch als je, net als wij, genderneutrale voornaamwoorden wil gebruiken voor het kind.

Wat zijn genderneutrale voornaamwoorden?

In onze taal waren er tot voor kort maar twee manieren om naar een persoon te verwijzen: met hij/hem/zijn of met zij/haar/haar. Sinds een paar jaar zijn daar een nieuwe, genderneutrale voornaamwoorden bij gekomen: hen/hen/hun. Die eerste ‘hen’ kun je eventueel ook vervangen door die.

Een paar voorbeeldzinnen:

Noah’s favoriete knuffel is een beer. Hen neemt hun beer overal mee naartoe.

Robin is bang in het donker. Daarom heeft die een nachtlampje. Dat nachtlampje stelt hen gerust als die midden in de nacht wakker wordt. Robin is erg blij met hun nachtlampje.

Het is even wennen om deze nieuwe voornaamwoorden te gebruiken, maar oefening baart kunst. We zouden het fantastisch vinden als je wil proberen deze voornaamwoorden voor ons kind te gebruiken. Af en toe een foutje maken vinden we heel normaal en is niets om je voor te schamen.

Een manier om aan deze woorden te wennen, is door ze bewust extra vaak te gebruiken. Probeer bijvoorbeeld eens een tijdje om met genderneutrale voornaamwoorden over je huisdier te spreken. Of bel iemand op en spreek af dat je het over onze baby gaat hebben en daarbij expres extra vaak hen/hun of die/hun gebruikt. In het begin voelt het misschien onnatuurlijk, maar dat gevoel ebt vanzelf weg. We leren tenslotte wel vaker nieuwe woorden!

Gaan we vertellen wat voor geslachtsdeel het kind heeft?

We willen daar geen geheim van maken, maar vinden het geen heel belangrijke informatie. Het zegt vooralsnog alleen iets over de manier waarop de baby plast. Over het geslacht zegt het in elk geval niets.

Als het in een gesprek toevallig naar boven komt, bijvoorbeeld omdat we het over plassen en luiers verschonen hebben, dan gaan we er dus niet omheen draaien. Maar we gaan het ook niet officieel bekend maken. Als je ons vraagt wat voor geslachtsdeel het kind heeft, terwijl je éigenlijk wil weten of het een meisje of jongetje is, vinden we dat niet zo prettig.

Maar maak je geen zorgen, als je de luiers van ons kind gaat verschonen hoef je dat niet geblinddoekt te doen 😉

Vinden we jullie ouderwets, of slechte ouders, als jullie je kind niét op deze manier opvoeden?

Nee hoor! We beseffen heel goed dat wij iets heel nieuws aan het doen zijn, dat we aan het pionieren zijn. Bovendien vinden we het heel belangrijk om te respecteren dat iedereen hun kind opvoedt op de manier die bij hen als ouders past. Als jij andere ideeën hebt over geslacht, er nog nooit zo over na hebt gedacht, of het niet ziet zitten je kind zo anders op te voeden dan gebruikelijk is, dan respecteren we dat. Net als dat we hopen dat jij onze keuzes respecteert.

Maar mag het kind dan geen jongen of meisje zijn?

Jawel, absoluut wel! Kinderen ontwikkelen ergens tussen de leeftijd van anderhalf en drie jaar hun genderidentiteit, en zijn dus rond die tijd in staat om te vertellen wat hun genderidentiteit is (en misschien verandert het dan nog een paar keer). Zodra ons kind aan ons vertelt of hen een jongen, meisje of iets anders is, nemen wij dat over.

Mag het kind alleen met genderneutraal speelgoed spelen?

Nee hoor. We willen juist zo divers mogelijke speelgoed en kleding aanbieden, zodat het kind zelf kan ontdekken wat hen leuk vindt.

Beïnvloeden we hiermee niet de genderidentiteit van ons kind?

We verwachten van niet. Anders zouden er immers geen transgender kinderen bestaan. Kennelijk is het gevoel jongen, meisje of iets anders te zijn zó sterk, dat maatschappelijke verwachtingen daar geen invloed op hebben. Wél bepalen de verwachtingen uit de omgeving of een kind zich wel of niet vrij voelt om te vertellen wie hen is, en zich te gedragen zoals bij hen past. Ons doel is juist om ons kind zoveel mogelijk vrijheid te geven te zijn wie hen is.

Zijn we niet bang dat ons kind hiermee gepest gaat worden?

Tja, een beetje wel. We hebben allebei ervaring met gepest worden en dat is niet niks. Maar we hebben er ook vertrouwen in dat we hier als ouders invloed op hebben.

Pesten is geen automatisch gevolg van het anders-zijn van een kind. Kinderen zijn niet “van nature” wreed of gemeen, maar worden dat als ze in een onveilige sociale omgeving zitten en hun spanning afreageren op een zondebok. Dat staat goed uitgelegd in het boek “Alles over pesten” door Mieke van Stigt en in deze column van haar – leestip! We gaan dan ook ons best doen om sociaal veilige omgevingen voor ons kind uit te zoeken en te creëren en letten daarop bij het kiezen van bijvoorbeeld kinderopvang en school. Ook zullen we zelf actief de kinderopvang en later de school benaderen om de nodige uitleg te geven, en kunnen andere ouders en kinderen met vragen altijd bij ons terecht.

Meer weten?

Over genderautonoom opvoeden zoals wij het (ongeveer) willen doen:

(Engels) YouTube filmpje Raising Grey

(Engels) TIME Magazine, I Let My Child Create Their Own Gender Identity. The Experience Has Been a Gift for Us Both

(Engels) Boek “Raising Them: Our Adventure in Gender Creative Parenting”, door Kyl Myers

Niet helemaal zoals wij het willen doen, maar wel interessant:

RTL Nieuws, Je kind opvoeden zonder genderstereotypen
(In het filmpje zegt Steven Pont dat het slecht is voor een kind om hun geslacht geheim te moeten houden. Beetje vreemde opmerking want dat is uiteraard niet de bedoeling, ook niet van de geïnterviewde ouders!)

Algemeen over gender en kinderen:

Asha ten Broeke, “Lichamen en identiteit”

TV-programma No More Boys & Girls

Genderneutrale voornaamwoorden:

HP/De Tijd, Waarom ‘hen’ een genderneutraal verwijswoord moet worden

Hele handige blogpost: Tips on training yourself to change pronouns for someone you care about (or anyone really)

So your friend came out as non-binary: here’s how to use pronouns they/them